Módulo B1: Audio Practice
¿Qué hiciste ayer? Luister en herhaal de verleden tijd
Het Verleden: Let op regelmatige werkwoorden (eindigen op -te of -de) en onregelmatige werkwoorden die van klank veranderen zoals ging (gaan) of schreef (schrijven).
Trabajé diez horas ayer.Ik werkte gisteren tien uur.
Ella fue al supermercado anoche.Zij ging gisteravond naar de supermarkt.
Ellos cocinaron una cena española tradicional.Zij kookten een traditioneel Spaanse maaltijd.
Él compró una laptop nueva la semana pasada.Hij kocht vorige week een nieuwe laptop.
Visitamos a nuestros abuelos en julio.Wij bezochten onze grootouders in juli.
Vi una película muy interesante el lunes.Ik zag maandag een erg interessante film.
Aprendiste muchas palabras nuevas en clase.Jij leerde veel nieuwe woorden in de les.
Ella bebió un vaso de jugo de naranja.Zij dronk een glas sinaasappelsap.
Ellos se quedaron en un hotel hermoso.Zij verbleven in een prachtig hotel.
Escribí un correo a mi jefe esta mañana.Ik schreef vanmorgen een e-mail naar mijn baas.
