📜
Gramática: Zwak vs. Sterk
En el pasado neerlandés, los verbos se dividen en dos grupos principales. ¡Dominarlos es el secreto de un buen holandés!
Zwak (-te / -de)
Siguen la regla de ‘t kofschip.
- Wandelen → Wandelde
- Werken → Werkte
- Koken → Kookte
Sterk (Cambian vocal)
¡Cambian como por arte de magia!
- Gaan → Ging
- Zien → Zag
- Eten → At
Listening Story: Een weekend in Amsterdam
Luister naar het verhaal en let op de werkwoorden in de verleden tijd
Afgelopen zaterdag ging ik met mijn vrienden naar Amsterdam.
(El sábado pasado, fui a Ámsterdam con mis amigos).
We bezochten het Rijksmuseum en zagen veel interessante dingen.
(Visitamos el Rijksmuseum y vimos muchas cosas interesantes).
Als lunch aten we een traditionele stroopwafel. Het was heerlijk!
(Para el almuerzo, comimos un stroopwafel tradicional. ¡Estaba delicioso!)
Daarna wandelden we langs de grachten en maakten we veel foto’s. Ik hield van de reis!
(Luego, caminamos por los canales e hicimos muchas fotos. ¡Me encantó el viaje!)
